William Thomson

William Thomson, eerste Baron Kelvin, (Belfast26 juni 1824 – Largs (Schotland), 17 december 1907) was een Brits natuurkundige en wordt gezien als een van de belangrijkste natuurwetenschappers van de 19e eeuw. Zijn belangrijkste werk lag op het gebied van de wiskundige analyse toegepast op natuurkundige problemen en in de thermodynamica.

Thomson (beter bekend als Lord Kelvin, hoewel hij die titel pas laat in zijn leven kreeg) werd bekend onder het grote publiek door zijn rol bij de aanleg van de trans-Atlantische telegraafkabel. Van groot belang waren ook zijn verbeteringen aan het standaardkompas.

Thomsons vader was James Thomson, zoon van een Ierse boer. James begon op zijn 24e met een studie aan de Universiteit van Glasgow die hij betaalde door de helft van het jaar als onderwijzer in Belfast te werken. Na te zijn afgestudeerd werd hij wiskundeleraar. Hij trouwde met Margaret Gardner in 1817 en van hun kinderen zouden vier jongens en twee meisjes de volwassenheid bereiken.

William en zijn oudere broer James werden door hun vader onderwezen terwijl hun jongere broers door de oudere zussen werden opgevoed. William werd de favoriet van zijn vader nadat James junior niet aan vaders hoge verwachtingen kon voldoen. In 1832 werd vader Thomson hoogleraar wiskunde te Glasgow en zijn kinderen zouden een veel wereldser opvoeding krijgen dan hijzelf gehad had op het Ierse platteland. In 1839 bracht het gezin de zomer door in Londen en werden de jongens naar Parijs gestuurd om Frans te leren. In 1840 werd de zomer in Nederland en Duitsland doorgebracht.

William Thomson begon in 1834 op 10-jarige leeftijd aan de Universiteit van Glasgow te studeren, in een programma voor hoogbegaafde kinderen. Vanaf 1839 werd Thomson in het wiskundige werk van Fourier geïntroduceerd door zijn leraar John Pringle Nichol. In 1840 won Thomson de klasprijs voor astronomie met een rapport over de vorm van de Aarde, dat zijn creativiteit en talent voor wiskunde duidelijk maakte. Hij zou tijdens zijn leven telkens terugkomen bij de wetenschappelijke vragen die hij in het rapport opsomde.

Thomson bestudeerde het werk van Fourier en andere Franse wiskundigen, wat in de door Sir Isaac Newton gedomineerde Engelse school ongebruikelijk was. Fouriers werk kreeg in Engeland veel kritiek, zoals van Philip Kelland, die een kritisch boek schreef. Dit boek motiveerde Thomson om zijn eerste wetenschappelijke artikelen te schrijven in 1841. Hij bedacht dat warmteflux door conductie wiskundig op een vergelijkbare manier te beschrijven valt als elektrische stroom.

Van 1841 tot 1845 studeerde Thomson aan de Universiteit van Cambridge, waar hij opviel als een briljant student. Hoewel hij actief was in sport, muziek en literatuur, interesseerde exacte wetenschap hem het meest: wiskunde en natuurkunde, vooral elektriciteitsleer. Thomson werkte daarna voor korte tijd onder Henri Victor Regnault in Parijs, maar in 1846 werd hij hoogleraar aan de Universiteit van Glasgow. Hij was toen 22 jaar oud.

Een kat in de zak kopen

Wat betekent een kat in de zak kopen en waar komt deze uitdrukking vandaan?

 

Een kat in de zak kopen betekent ‘iets kopen wat (heel) erg tegenvalt of heel snel kapotgaat’, ‘een miskoop doen’ bedoelen we dan dus. Wie een kat in de zak heeft gekocht, is vaak boos op zichzelf: had ik vóór de koop maar beter opgelet!

Waarschijnlijk gaat een kat in de zak kopen terug op de situatie waarin iemand een zak koopt met daarin een haas – tenminste, dat dénkt hij. Eenmaal thuisgekomen blijkt dan dat er geen haas, maar een kat in zit. Een miskoop dus, dat is niet leuk, want met een haas kun je een heel smakelijk gerecht bereiden en met een kat kan dat zeer zeker niet.

De Spaanse taal kent een vergelijkbare uitdrukking: dar gato por liebre (‘iemand een kat in plaats van een haas geven’). De uitdrukking een kat in de zak kopen komt in heel veel andere talen voor, zoals het Noors, Pools, Frans en Russisch enzovoort. De Engelse taal spreekt van a pig in a poke (‘een (speen)varken in de zak’), waarmee wordt bedoeld: ‘een aankoop die wordt gedaan zonder eerst heel goed te kijken of de koopwaar wel deugt’. Dat kan heel gevaarlijk zijn, want in plaats van een speenvarken kan er immers een (veel minder smakelijke) kat in de zak zijn gestopt.

Carolus Tuinman schrijft in zijn spreekwoordenboek, welke hij in 1726 zelf uitgebracht heeft: “Men moet geen kat in een zak koopen. De kooper zoude daar door lichtelyk konnen bedrogen worden, als ware de kat een haas.” Tuinman formuleert de uitdrukking dus vooral als waarschuwing: geloof de koopman niet op zijn woord dat er een haas in de zak zit, maar controleer altijd vóór de aankoop of hij er niet stiekem een kat in de zak heeft gestopt.