10 september 6:13 Hoi dagboek. Ik ben net wakker. Ik liep naar beneden en zag mijn ouders ongerust de radio luisteren. Ik ben bang ik weet niet wat er aan de hand is. Mijn ouders zijn nooit bang, maar nu wel wat is er aan de hand!
9:32 Ik ben net wakker geworden door een harde knal. Het kwam van een paar straten achter ons huis. Daar woont Hans één van mijn vrienden. Ik wil Hans nu spreken.
9:56 Ik liep naar beneden toe en heb het slechtste nieuws ooit gehoord. Mijn ouders vertelde dat er oorlog is in ons land over het klederdracht. Er kwam een bom op Hans zijn huis en hij en zijn gezin hebben het niet overleeft. Ik wil Hans nog spreken. Ik was verliefd op hem…. maar ik durfde het niet tegen hem te zeggen.
13:22 Mijn ouders riepen me. We moesten weg vluchten, omdat wij voor de blauwe klederdracht zijn en onze provincie niet. Ik mocht geen spullen meenemen, maar ik heb jou stiekem meegenomen.
13:48 We zitten nu op de boot op weg naar een plek geen idee waar. Ik ben op de boot een jongen tegengekomen genaamd Samuel hij is knap. Ik heb nog nooit zo’n mooie jongen gezien. Hij heeft me gevraagd om vrienden te worden. Ik zei natuurlijk ja maar het klonk eerder mmmjmmmmmmma.
11 september 9:22 Omg Samuel heeft mij verkering gevraagd. Ik zei natuurlijk ja. Alleen ik moest wel een beetje aan Hans denken. Ik hoop dat ik hem vergeet.
12 september 9:49 Ik heb gister de familie van Samuel gezien. Hij heeft een heel schattig broertje Sennah en een zus Suzanne. Ik en Samuel en de rest van de boot worden gestuurd naar een kamp ze hebben ons ontdekt. Ik mag jou niet meenemen. Ik ben bang ik weet niet wat er kan gebeuren. Wat als ik dood ga
23 september 22:06 Ik ben bij het kamp ik heb jouw stiekem meegenomen. Ik en mijn familie zijn uit elkaar gegaan. Ik zit alleen met Sennah voor de rest ken ik niemand. Ik ben hier nog niet lang. We moeten ook de blauwe klederdracht dragen. Ik snap het niet er is oorlog over klederdracht. Wij zijn dus voor de blauwe maar de meeste zijn voor de hippe. Die dochter van hem werkt hier ze heet Marianna. Ze is bij dit kamp de baas. Elke dag gaat er een kampje naar een gas hok en ik woon in één van die kampjes.
27 september 06:45 Mijn ouders en Samuel en de rest van die kamp moesten gister naar het gas kamp en ik moet vandaag!
15:36 Ik zit er nu in ik kon jou nog net meenemen. Iedereen probeert te ontsnappen. Iedereen rent door elkaar en ik zie Hans daar staan! Ik wil iets tegen hem zeggen maar dan rent hij weg. Ik kan Sennah nergens vinden. Ja ik zie hem hij heeft een kuil gemaakt. Tot mijn verbazing pas ik en Sennah erin. Omg ik blijf leven maar zonder jou dit is het einde.